Vrije Universiteit Brussel


Algemene informatie huisartsopleiding

Inleiding

In het 4e jaar arts (7e jaar) worden er 3 afstudeerrichtingen aangeboden. Een daarvan is de huisarts (HA). De studenten moeten bij de aanvang van het academiejaar aan het secretariaat van de faculteit laten weten welke richting zij kiezen. Voor wie de richting HA kiest is dit eigenlijk een dubbele inschrijving, en telt dit 7e jaar van de opleiding tot arts tevens als het 1e jaar van de driejarige opleiding die leidt tot de academische titel van huisarts. Het succesvol beŽindigen van dat jaar geeft u enkel het diploma van arts. Een commissie zal de geschiktheid van de kandidaat voor de verdergezette opleiding huisartsgeneeskunde onderzoeken. Na een gunstig advies zal deze commissie het geschiktheidsattest Huisartsgeneeskunde afleveren. Het geschiktheidsattest is vereist om toegelaten te worden tot het 2e jaar van de interuniversitaire opleiding Huisartsgeneeskunde. Het 2e en 3e jaar worden interuniversitair ingericht samen met de 3 andere Vlaamse universiteiten en bestaan vooral uit stages bij erkende huisartsen-opleiders (praktijkopleiders). De driejarige opleiding wordt afgesloten met een eindexamen dat evalueert naar kennis, vaardigheden, ethiek en besliskundig vermogen. De Europese en nationale wetgeving bepalen dat voortaan het diploma arts niet meer volstaat om een medische praktijk te kunnen uitoefenen in het kader van de ziekteverzekering. Hiervoor is ofwel een erkenning als huisarts ofwel als specialist vereist. De wet op de contingentering bepaalt het aantal artsen dat de opleiding tot huisarts of tot specialist mag aanvatten en de verhouding tussen beide (43% en 57%).

Onderwijsfilosofie en doelstellingen

Doelstellingen van de opleiding

De studenten bekend maken met de specifieke aspecten van de huisartsgeneeskunde: een ander patiŽntenbestand, een aparte vorm van besliskunde, een specifieke pathologie, een andere prevalentie dan wat in de vooral hospitaalgerichte opleiding van de vorige jaren werd aangeleerd. De studenten voorbereiden op de interuniversitaire opleiding tot huisarts in het 8e en 9e jaar.

Vertaling in eindtermen

De eindtermen van de driejarige opleiding zijn te vinden op de website van het ICHO (interuniversitair centrum voor huisartsopleiding) http://www.icho.be/info/documentfr.htm. De eindtermen van het eerste jaar zijn vooral gericht op het verwerven van kennis en inzicht terwijl de latere jaren gericht zijn op het uitdiepen en praktisch toepassen daarvan. De meer gedetailleerde lesdoelen zijn te vinden in de onderwijsfiches http://www.vub.ac.be/ofiches/arts.html

Vertaling van de eindtermen in het onderwijsprogramma

In de beginfase werden de lessen gegeven op basis van de leeropdrachten die conform waren met de ministeriŽle besluiten van 1983. In de loop der jaren werd steeds naar lacunes en nieuwe behoeften gezocht, er wordt ook rekening gehouden met de evaluaties door de studenten, met maatschappelijke veranderingen (bijv. wet euthanasie, patiŽntenrechten,Ö), met de veranderingen in de basisopleiding en met het evoluerende aanbod in de voortgezette opleiding zodat de inhoud steeds bijgestuurd wordt. Hieruit werden 100 items van 2 uur weerhouden als inhoud van het onderwijs in het 7e jaar. Deze 100 items worden als hoorcollege, interactieve seminaries of als vaardigheidstraining aangeboden. Er werden checklists voor kennis en vaardigheden opgesteld op basis van nationale en internationale bronnen. De verantwoordelijke docenten voor elk item waken er over dat alle aspecten van de huisartsgeneeskunde in die items aan bod komen. Voor elk item worden lesdoelstellingen opgesteld die voor de aanvang van de lessen aan de studenten worden medegedeeld.

Het programma

Opbouw van het programma

Het eerste jaar van het driejarig programma bestaat uit 6 maanden hospitaalstage in diensten die geschikt zijn voor de opleiding huisarts, 2 maanden stages bij huisartsen, 2w GIMMICS stage in virtuele praktijken, een week netwerkstage in erkende eerstelijnsdiensten en in totaal 200 uren hoorcollege of seminaries. De aanwezigheid tijdens de lessen is zeer gewenst.

Het eerste semester

Bestaat uit stages in hospitalen, bij huisartsen en eerstelijnsvoorzieningen en uit lesblokken. Het semester wordt afgesloten met een schriftelijk kennisexamen, met mogelijkheid van mondelinge voortzetting. Elk lesblok begint met een evaluatiesessie van de voorbije stages en eindigt met het geven van opdrachten voor de volgende stage. Tijdens de lesblokken wordt gestreefd naar een afwisseling tussen kennisoverdracht, interactieve lesvormen en vaardigheidstraining.

Het tweede semester

Bestaat uit stages in hospitalen, bij huisartsen en eerstelijnsvoorzieningen en uit lesblokken. Het semester wordt afgesloten met een schriftelijk kennisexamen, met mogelijkheid van mondelinge voortzetting. Elk lesblok begint met een evaluatiesessie van de voorbije stages, en eindigt met het geven van opdrachten voor de volgende stage. Tijdens de lesblokken wordt gestreefd naar een afwisseling tussen kennisoverdracht, interactieve lesvormen en vaardigheidstraining. Op het einde van het tweede semester is er naast het schriftelijk kennisexamen ook een OSCE (de proef voor de praktische vaardigheden), het jury-examen (ethiek en besliskunde) en de presentatie van het eindwerk. Een commissie samengesteld door de Onderwijscommissie huisartsgeneeskunde en met ook een aatntal externe leden zal de geschiktheid van de kandidaat voor de verdergezette opleiding huisartsgeneeskunde onderzoeken. Na een gunstig advies zal deze commissie het geschiktheidsattest Huisartsgeneeskunde afleveren.

Beschrijving van het programma van de opleiding huisartsgeneeskunde

In het collegerooster 4e master arts huisartsopleiding vind je de inhoud en alle lesdoelstellingen op de facultaire website.

Werkvormen

Officieel indeling in hoorcollege, werkcollege en oefeningen. Het doceren is bijna in zijn geheel vervangen door interactieve werklessen. De inhoudelijke materie is gebundeld in een syllabus of wordt in de vorm van artikels uit wetenschappelijke tijdschriften aan de student overhandigd. Tijdens de colleges worden de studenten actief betrokken bij het lesgebeuren door middel van leergesprekken, groepsdiscussie, zoemsessies, inventariseren van ideeŽn of gegevens, een stellingendebat, enz. Verder wordt ook nog aangeboden: 1. Toepassing van de computer in het onderwijs : - meerdere programmaís zijn ter beschikking in het zelfstudiecentrum; - het elektronisch medisch dossier wordt aangeleerd en in het computerlokaal ingeoefend op verschillende systemen; - praktische oefeningen i.v.m. besliskunde worden op de computer gedemonstreerd. 2. Rollenspelen : - inoefenen van communicatieve vaardigheden; - werken met video-feedback - oefenen met simulatiepatiŽnten 3. Intervisie : - bespreken van stage-ervaringen - observatie-oefeningen m.b.t. consultatievoeren van de huisarts

Examinering/toetsing

De evaluatie van de huisartsopleiding: gebeurt op het einde van het 1e en van het 2e semester en bestaat uit een schriftelijk kennisexamen. Het vak Professioneel Communiceren en Functioneren wordt pas op het einde van het jaar geŽxamineerd. Voor de vakken waar deelpunten op behaald worden moet voor elk deelvak minstens 7/20 gehaald worden om geslaagd te zijn. De tijdens de stages opgedane kennis en vaardigheden worden geŽvalueerd door een praktische proef - Object Structured Clinical Examination (OSCE) en door een jury-examen dat aan de hand van voorbereide patiŽntencasussen vooral peilt naar besliskunde en ethiek. Op het einde van het tweede semester moet het eindwerk ingeleverd worden, gevolgd door een mondelinge verdediging voor een interdisciplinaire jury. Voor de eindevaluatie op het einde van het 9e jaar zie de website van het Interuniversitair Centrum voor Huisartsopleiding (ICHO) http://www.icho.be/. Het interuniversitaire eindexamen bestaat uit drie delen : - bespreking van patiŽntendossiers en het praktijkproject; - kennistoets; - stationsexamen van de praktische vaardigheden (OSCE). De beoordeling door de prakijkopleider en de stagecoŲrdinator maken deel uit van de elementen voor de deliberatie

De stages

Plaats van de stages in de opleiding: De opleiding huisartsgeneeskunde omvat minstens 6 maanden hospitaal≠stage. De huisartsstage bestaat uit minstens 2 X 1 maand bij een huisarts + 1 X twee weken geÔntegreerde stages. De student is verplicht de 4 stagebegeleidingsdagen (SBD) te volgen: ťťn SBD voor en ťťn SBD na elke stageperiode. - Beoordeling van de stages: De bespreking van het stageverslag en de portfolio vormen onderdeel van de stagebegeleidings≠dagen. De stagebegeleider geeft voor de betreffende stage een schriftelijke evaluatie aan de hand van het formulier en een cijfer met verantwoording. Dit wordt opgenomen in de globale beoordeling van de stages. Elke stageperiode wordt afgerond met een evaluatiegesprek tussen stagebegeleider en student. Een samenvatting van de bespreking en de verantwoording van de score (zie evaluatieformulier) vormen deel van de portfolio. Omdat er steeds een zeer grote discrepantie bestaat tussen de gemiddelde quoteringen door individuele stagemeesters worden de punten door hen toegekend niet aldus mathematisch opgenomen in de uiteindelijke quotering van de rubriek stages. Wat aangeleerd werd tijdens de stages wordt op het einde van het tweede semester beoordeeld door het OSCE examen (vaardigheden) en door het juryexamen (ethiek, besliskunde). Deze cijfers kunnen positief of negatief gecorrigeerd worden naargelang de beoordeling door de stagemeesters. Meldingen zoals onverantwoorde afwezigheden e.d. kunnen hierbij zeer zwaar doorwegen.

De masterproef

Dit werk is een interdisciplinaire opdracht waarvoor de modaliteiten gelijk zijn voor de studenten in alle vier afstudeerrichtingen. De instructies staan in een document dat te verkrijgen is op de facultaire website. De studenten die een onderwerp willen kiezen in de richting huisarts moeten dit melden aan het huisartsencentrum. Ze zullen begeleid worden door een tutor, toegewezen door de onderwijscommissie van het huisartsencentrum.

Diploma en attesten

Wie het vierde jaar arts met succes beŽindigt krijgt het diploma arts. Dit diploma volstaat echter niet meer om in BelgiŽ of in de EU praktijk te mogen doen binnen het kader van de ziekteverzekering. Daarvoor is er nog een supplementaire erkenning nodig als huisarts of als specialist. De toegang tot die voortgezette opleidingen wordt pas verkregen mits een geschiktheidsattest ďtoegelaten tot de verdere opleiding HuisartsgeneeskundeĒ, verleend door de decaan van de faculteit na advies door de geschiktheidscommissie. Voor de specialistische opleiding wordt de decaan hierover geadviseerd door commissies ad hoc per specialiteit. Voor de verdere huisartsopleiding wordt de decaan hierover geadviseerd door de ad hoc geschiktheidscommissie Huisartsgeneeskunde. Vanaf 2004 is er dan ook ook de vereiste van de contingentering, die bepaalt hoeveel artsen er kunnen toegelaten worden tot de verdere opleiding en tevens de verhouding vast legt tussen specialisten en huisartsen (57%-43%). Omdat dit contingent interuniversitair moet bepaald worden, en omdat de definitieve goedkeuring van de contingenten uiteindelijk door het federaal ministerie moet gebeuren, moet de student ten laatste in april schriftelijk de intentie laten weten welke richting hij kiest. Zo kan iedereen tijdig zijn stageplan indienen bij de respectievelijke erkenningcommissies en kan de verdere opleiding aangevat worden zonder onderbreking (formulier te verkrijgen op het secretariaat HUIS). Om het tweede jaar huisarts te kunnen aanvangen zijn er dus als vereisten: 1. het diploma arts, 2. het attest geslaagd in eerste jaar huisarts, 3. het geschiktheidsattest Huisartsgeneeskunde 4. aanvaard zijn voor het contingent. 5. de erkenning van het stageplan door de erkenningscommissie van het federaal ministerie. De eigenlijke selectie gebeurt dus de facto aan het einde van het 7e jaar. Zoals aan de andere Vlaamse universiteiten kan het dus gebeuren dat men het diploma van arts behaalt maar niet geschikt wordt bevonden om in de huisartsopleiding verder te gaan. Het werd altijd als vanzelfsprekend aangenomen dat wie niet kon specialiseren automatisch toelating krijgt tot de richting huisarts. Dit is nog steeds zo voor het eerste jaar (7e jaar). Deze opleiding is zeker erg nuttig, ook voor toekomstige specialisten, omdat in de basisopleiding de aandacht vooral naar de hospitaalgeneeskunde gaat.

Overgangsmaatregelen

Het volledige 7e jaar dient gewijd te zijn aan de huisartsgeneeskunde. Voor sommige studenten is de richting huisartsgeneeskunde een tweede keuze als hun aanvraag tot specialisatie afgewezen wordt. De verantwoordelijken voor de specialisaties trachten de aspiranten zo vlug mogelijk, maar ten laatste in december, zekerheid te geven over hun aanvaarding, maar dit blijkt in de praktijk niet altijd mogelijk te zijn. Als overgangsmaatregel werd in de faculteit overeengekomen dat een verandering van richting nog mogelijk is tot het einde van het eerste semester. In overleg met de OWC HUIS kan dan een speciaal inhaalprogramma worden opgesteld dat aan de student moet toelaten binnen het zelfde academiejaar nog aan de wettelijke vereisten te voldoen (6 maand hospitaal, 2 maanden huisarts stage, lessen huisartsgeneeskunde). Om het getuigschrift 1e jaar huisarts te behalen moet echter aan ook alle examenvereisten van beide semesters voldaan zijn, wat een extra inspanning zal vragen van de student. Het is niet meer mogelijk na afsluiting van het eerste semester nog van richting te veranderen. Er wordt aangeraden het diploma van arts te behalen en zich het volgende jaar in te schrijven in het speciaal halftijds inhaalprogramma voor studenten die het diploma arts hebben behaald in een andere richting dan huisarts. Dit programma is identiek aan het eerste jaar huisarts, met vrijstelling van de hospitaalstages.

©2005-2017 • Opleiding Huisartsgeneeskunde • Vrije Universiteit Brussel • Laarbeeklaan 103 • 1090 Brussel - Jette
Tel.: +32 2 477.43.11 • Fax.: +32 2 477.43.01 • huisarts@vub.ac.be